Feest

Feest

zondag 14 december 2014

54.


Niemand weet dit. Je loopt rondjes door zijn tuin terwijl je wacht tot hij weer terugkomt. Hij zit op de wc. Tenminste, dat denk je. Je weet niet waar hij echt is, maar je vraagt het je ook niet af. Jullie hebben het een uur geleden goedgemaakt en je was eigenlijk van plan nu weer thuis te zijn. Je steekt een sigaret op omdat je daar nog steeds, als je het niet te vaak doet, een beetje high van wordt. Je ziet hem voor je en beeldt je in hoe hij zijn piemel afveegt. Je weet niet eens of dat bij jongens wel afvegen heet, maar je hebt geen zin om er nog langer over na te denken. Tot een paar minuten geleden was er niets aan de hand. Binnen klinkt het gekletter van een glas en je laat per ongeluk je sigaret op de grond vallen. Door de natte tegels dooft het vuur meteen. Je vloekt. Het begint langzaam tot je door te dringen dat hij misschien wel helemaal niet naar de wc ging, toen hij dat zei, maar je loopt niet naar binnen om het te controleren. Je denkt aan al jullie goede momenten van de afgelopen week. Je doet het onbewust, maar je bereidt je voor op het ergste. Misschien omdat je ergens wel weet dat er iets ergs staat te gebeuren. Je begint te herhalen wat hij allemaal tegen je gezegd heeft. Niet hardop, je fluistert het, en terwijl je fluistert, begin je weer rondjes te lopen. Hij zit niet op de wc. Zo ver ben je al.

dinsdag 2 december 2014

Dit is wat er nog onder mijn navel zit

1.

ik ben de weg kwijt
de naad van mijn panty veroorzaakt een neplitteken
van mijn onderbuik tot mijn rug en ik heb het ervoor over
wat er niet wil zitten laat zijn sporen na

een jaar geleden stopte ik met reizen
met het openbaar vervoer
leerde mezelf kaarten
verspeelde
herhaalde

als ik in de spiegel kijk weet ik niet of ik wel kan vertrouwen op wat ik zie
ik draag geen make-up op dagen dat ik me zielig voel
en wrijf het liefst in mijn ogen tot er niets meer overblijft

sommige kleuren zijn vergelijkbaar
met wat er na het drinken van koffie op mijn tanden zit

ik plan één keer per uur een moment in om naar de wc te gaan
en bestempel het als regelmaat
behoefte aan wat mist

2.

de resten koude macaronisalade kleven op het aanrecht
ter decoratie
en ter bevestiging
van het feit dat ik elke ochtend nog wakker word
ergens

ik weet dat me dingen te doen staan

buiten hoor ik de meisjes gillen dat ze er niet meer tegen kunnen
en tegen wat wel, denk ik met mijn handen in het sop
we kunnen er allemaal niet meer tegen

ik doe alsof het me interesseert welke kleur sokken ik draag
maar dat ik mijn bh op de automatische piloot aantrek
vertel ik niemand

ik eet cornflakes met een deken over mijn benen
op de bank
tel spinnenwebben
muizenvallen
haren op de vloer

ik ben gewend geraakt aan het afdrogen met een theedoek die nooit gewassen wordt
alleen omgewisseld om weer op te drogen
ik noem het hergebruik

3.

sommige verhalen hebben het nodig in de wij-vorm verteld te worden
ik weet niet waarom
wij weten niet waarom
maar soms lijkt het of ze dan warmer zijn
alsof het minder erg was
vandaar, zeggen we

we zitten in de keuken
zuchten rookwolken het raam uit
en koken broccoli tot we ergens komen
ons iemand voelen

terwijl we afdwalen
na elke zin alleen maar ‘ja’ zeggen
verbazen we ons erover hoe graag we over onszelf praten
ons antwoord beginnen met ‘weet je wat ik zou doen?’
en dan herinneringen ophalen van morgen

meer willen we niet van elkaar weten

4.

ik heb nooit van feestdagen gehouden en betwijfel of dat ooit zal veranderen
twijfelen is nadenken, zeggen ze
maar wie zijn ze?
wie zijn we?

ik wil één keer knijpen en drie keer loslaten

op straat rijden auto’s voorbij
zo hard dat mijn kopje trilt en ik roep ze na
boor met een schaar een gat in mijn tafel
want kut
vroeger hadden ze ook geen plakband

5.

ik ben verhuisd vanwege een gebrek aan gezinsgevoel
dacht dat het niet uitmaakte zolang er maar genoeg muur
tussen mijn bed en de toko zat
maar ontdekte: ik had het mis
met een harde gil haal je zelfs de slaapkamer van de overbuurman

6.

ik zeg het nog maar een keer
ik ben het zat om altijd alles samen met mezelf te doen

we rennen niet, we blijven